vrijdag 19 oktober 2018

DE SNELSTROMENDE RIVIER

Een filosofische weergave van uitsluiting en het gevolg.
Op een berg met een mooi uitzicht woonde een wijze man die regelmatig werd bezocht door zijn leerlingen. Soms verliet hij de berg en trok dan het land in om zijn zienswijze onder de mensen te verspreiden. Hij had gemerkt dat het goed was om zich af te zonderen zodat zijn gedachten werden geordend. Bovendien was hij in staat geweest boven beter te begrijpen waarom het beneden zo’n chaos in de samenleving was geworden. 


Op een dag zat hij peinzend aan de oever van een rivier terwijl vijf van zijn leerlingen zich bij hem voegden. Toen ze daar zo een tijdje hadden gezeten vroeg een van hen of de meester kon uitleggen wat er fout was aan hun samenleving die toch een enorme welvaart kende. De grote wijsgeer staarde in de verte en het duurde even voordat hij kon antwoorden. ‘Kijk naar het snelstromende water hier voor je en besef met welke kracht dit in staat is om alles met zich mee te sleuren. Vergelijk dit met de ontwikkelingen in de maatschappij die plaatsvinden en welke conclusie trek je dan?’ 

De jongeman die de vraag had gesteld was even uit het lood geslagen maar kwam met een opmerkelijk verhaal. ‘Als de stroom het economisch principe voorstelt dan zou deze alle mensen in de welvaart moeten meenemen, dus iedereen zou daarvan moeten kunnen profiteren, maar dat gebeurt in werkelijkheid niet’.  De grijsaard vond dat de pientere jongeman een uitstekende opmerking had gemaakt. Op dat moment kwam er een enorm jacht voorbij dat zich met grote snelheid midden op rivier vooruit bewoog. Het had de vorm van een draak en werd gevolgd door andere schepen. 

Op elk vaartuig leek het vreselijk gezellig en je hoorde de champagnekurken knallen. Het was een tafereel dat als ingrediĆ«nt zou dienen voor het verdere gesprek. ‘Stel je de rivier voor als de stroom waarop de samenleving drijft. Dat varen gaat het best daar waar het water diep genoeg is, maar dat is lang niet overal het geval. Op sommige plekken is hij bijna droog, omdat er net voldoende water in de rivier wordt gelaten om de draak schepen goed te laten varen. Op dat diepe gedeelte bevinden zich de boten waar zich de bevoorrechten bevinden. De andere bootjes waarmee mensen zich naar de diepe vaargeul willen worstelen mogen daar niet varen. 

Sterker nog, er zal getracht worden te voorkomen dat ze daar heen zullen gaan. ‘Stel je nu het vervolg van het proces voor en kijk wat er gebeurt’. De slimme leerling waagde het erop en zei: ‘Ik denk dat degenen die niet in de vaargeul kunnen komen uiteindelijk vergaan. Hun scheepjes zullen niet verder kunnen en achterblijven. Eerst zullen zij die door een handicap of om andere oorzaken het niet bij kunnen benen tot stilstand komen. Daarna zullen er ook steeds meer mensen zijn die de snelheid waarmee de rivier stroomt en de bochten onderschatten. Zij zullen ook niet in staat zijn zich de vereiste kennis verschaffen om dat hoge tempo aan te kunnen. Op de grote ‘belangrijke’ boten zal een eigen samenleving worden gebouwd die zich zal ontdoen van de minder snelle vaartuigjes’. 

De wijze vond dat zijn leerling een aardige weergave had geschetst van hetgeen zou kunnen gebeuren. Hij stelde het volgende. ‘Het zou uiteindelijk leiden tot een houding die in de geschiedenis van de mens niet nieuw is. Hierin staat het denken van de eigen superioriteit centraal. Er zal geen oog meer zijn voor mede soortgenoten die het niet redden. Hierdoor zal een Ɯbermensch ontstaan, maar wel een die krachten op zal roepen die hem uiteindelijk zelf zullen vernietigen. Ook zijn schip zal vergaan.

Wim Verhoeven
verhoevenkoffiekring@tele2.nl