woensdag 25 april 2018

OP WEG NAAR SOCIALE UITSLUITING ?

Wat zegt het gevoel van mensen.

Haar ogen twinkelen als ze vertelt dat ze hier vrijwilligster is. ‘Ik ben 82 jaar en het is moeilijk om mensen te bewegen dit te doen’. Zij ziet het voor volgende generaties somber in. Geld is steeds meer het dominante ingrediënt geworden, dat zich op bepaalde plekken ophoopt. ‘Het is toch belachelijk dat een prins zoveel huizen in Amsterdam koopt’. Anderzijds wijst zij naar de bezuinigingen waardoor mensen o.a. langer thuis moeten wonen. ‘Ik was laatst ziek en had geen kracht meer om de trap af te gaan en de dokter te bellen. 

'Ik dacht toen als ik dood ga dan merken ze het na verloop van tijd wel door de geur…’ Een uitspraak die eigenlijk het gevoel van eenzaamheid weerspiegelt. Bepaald niet het idee dat je veel visite verwacht.  ‘Omdat de blauwe envelop verdwijnt en ik geen computer heb, vroeg ik aan de belastingdienst hoe je dan de opgave zou moeten doen. Het antwoord was dat ik het aan de kinderen moest vragen en als dat niet lukte dan maar een buurvrouw zo ver zien te krijgen om dit te verzorgen. Krankzinnig’. 

Op verschillende plekken tref ik mensen die samenkomen voor een gesprek en andere activiteiten. Het is soms een explosief mengsel van hen die zich die om verschillende redenen niet meer zien als volwaardige ‘deelnemers’ aan de maatschappij. In zulke ‘tempels’ ontstaan antwoorden op fundamentele vragen die een bepaalde richting kunnen aangeven. Aan tafel komen verhalen voorbij van hen die van een drukke baan in de bijstand belandden. ‘Wat heeft mijn leven nog voor zin’, is een uitspraak die hard aankomt. 

Een van de vele inloophuizen

Een chronisch zieke vertelt over eenzaamheid waarin mensen terecht kunnen komen. ‘Ik heb een driesterren ziektekostenverzekering en moet nu voor de behandelingen € 300,- bij betalen’. Ze hekelt een systeem dat voor velen niet meer valt te begrijpen. Ook andere minder draagkrachtigen geven aan dat zij in angst leven. Angst voor een regelgeving die omschreven wordt als zo slecht dat ‘degenen die het uit moeten voeren het ook niet meer weten’. ‘Als je je baan kwijtraakt of ziek bent dan ben je niet meer interessant voor de overheid’. 

Ze voelen dat de voorzieningen die voor werkenden gelden voor hen niet van toepassing zijn. ‘Het is of je geen waarde meer hebt en dat roept allerlei negatieve gevoelens op’. Denk aan mensen met een beperking waarvoor bedrijven minder dan het minimumloon mogen gaan betalen. Je moet zelf de aanvulling aanvragen bij de gemeente, maar die krijg je niet als je bij de ouders woont. Bij vertegenwoordigers van uitkeringsgerechtigden wordt de toon gezet door schrijnende verhalen. ‘Als een zzp-er uitvalt, niet meer kan werken en hulp vraagt gaan bij de overheid de gordijnen dicht’. 

Strafkortingen, de afkeuringspercentages van het UWV, toenemende schulden, onredelijke vaststellingsovereenkomsten die bedrijven gebruiken om werknemers kwijt te raken en het inzetten van mensen met uitkering als goedkope arbeidskracht. Het economisch denken heeft zich ontwikkeld als de Tour de France. Het peloton wacht nooit. Zal de blinde hebzucht ertoe leiden dat alles wat niet van belang is of in de weg staat wordt afgeschreven, inclusief mensen? Friedrich Nietzsche voorzag of wenste de komst van de Übermensch, die leeft vanuit zijn innerlijke kracht. 

De moderne versie hiervan leeft vanuit de kracht van zijn bezit, waarbij de soortgenoten alleen dan belangrijk zijn als ze wat opleveren. De Wereldbank wil nog lagere minimumlonen en grotere vrijheid om werknemers te ontslaan in verband met de dreiging van de automatisering voor menselijke arbeid. Is dit het begin van een ontwikkeling die kan leiden tot een afrekening met de laatste fundamentele waarden? Het gevoel zegt van wel.     

Wim Verhoeven
verhoevenkoffiekring@tele2.nl